De lessen zijn zo geschreven dat je aan één onderwerp met meerdere niveaus tegelijk kunt werken. Op elk niveau worden nieuwe woorden, zinnen en/of constructies toegevoegd. Op die manier kunnen de cursisten ieder op hun eigen niveau aan hetzelfde onderwerp werken en kan er op een heel laag niveau (*) al een begin gemaakt
worden met het toewerken naar het einddoel (***).

Maak van tevoren een inschatting op welk niveau de cursisten zitten. Je kunt een algemene inschatting maken bij de start van nieuwe cursisten en/of per thema of paragraaf. Hiervoor kun je het onderdeel Voorkennis activeren gebruiken.

Heb je cursisten op de drie verschillende niveaus in je groep? Verdeel de cursisten dan over drie niveaugroepjes. Het bekijken van drie verschillende video’s en het uitvoeren van de lessen op drie niveaus is erg intensief. Het is daarom aan te bevelen om één of twee video’s per les te bekijken.

Je kunt op verschillende manieren te werk gaan:

Behandel in de eerste ronde alleen de video’s en lesideeën van niveau * en **. Cursisten die al iets verder zijn, kunnen in de daarop volgende lesideeën steeds voorbeelden voordoen met de docent, de rol van de gesprekspartner op zich nemen of als eerste een rollenspel doen. Zij hebben op die manier een voorbeeldfunctie voor de andere cursisten. Door opdrachten te herhalen, wordt de taalproductie vloeiender, de consolidatie van de woorden en zinnen beter en het zelfvertrouwen van de cursist groter. Heb je met de groep alle thema’s behandeld op niveau * en **? Begin dan weer bij thema 1, maar behandel nu de video’s en lesideeën op niveau ** en ***.

Kijk wat het ‘gemiddelde’ niveau van je cursisten is. Zijn de meeste cursisten toe aan de **-les? Bekijk dan samen de video op niveau **. Kies eventueel nog een video op een lager (herhaling voor de meesten) of hoger niveau en differentieer door de lesideeën zo veel mogelijk uit te voeren op de twee niveaus.

Je kunt een paragraaf ook over een week of twee weken verdelen, waarbij je eerst de *-video behandelt met de bijbehorende lesideeën, een paar dagen later de les op ** en tot slot op ***. Hierbij kun je de lesideeën op de lagere niveaus herhalen. Voordeel is dat gevorderde cursisten kunnen helpen met uitleggen en voordoen tijdens de *- en **-lessen. En dat *- en **-cursisten ook al wat oppikken van de lessen op ***, ook al zullen ze niet alles begrijpen.