Naar de werkboekopdrachten wordt verwezen vanuit de docentenhandleiding. Alle opdrachten die in het werkboek staan, worden klassikaal of in tweetallen uitgevoerd.

In de ELO kunnen cursisten zelfstandig aan het werk. Door gebruik te maken van foto’s en kleuren, kunnen cursisten deze lessen herkennen. Er is in deze ELO geen verwijzing naar het werkboek. Het is aan de docent om cursisten wegwijs te maken in de ELO en om paragrafen te oefenen bij de reeds behandelde klassikale lessen.

Zijn cursisten afwezig geweest, dan is het ook aan te raden in de ELO verder te werken aan de paragraaf die je net in de klas hebt behandeld. Als huiswerk kunnen deze cursisten de gemiste lessen online zelfstandig te maken. In tegenstelling tot de ELO van TaalCompleet A1 en A2 zijn de opdrachten herhaaldelijk te maken en kunnen cursisten op die manier steeds hun score verbeteren.