Over een paar weken zijn de gemeenteraadsverkiezingen. Een mooie aanleiding om de complexere KNM-onderwerpen te bespreken en bovendien … binnen een aantal jaar heeft een deel van jouw groep mogelijk zelf kiesrecht!
In deze lesbrief vind je achtergrondinformatie, lessuggesties en werkbladen om te oefenen met woorden en begrippen rondom de gemeenteraadsverkiezingen. Speciaal voor alfacursisten is er een werkblad zonder tekst. Het voornaamste doel: cursisten een beeld geven van verkiezingen op gemeenteniveau.
De gemeenteraadsverkiezingen vinden plaats op 18 maart 2026. De lessuggesties hieronder kun je ook downloaden als PDF. Je kunt de werkbladen gebruiken in de NT2-les of bij KNM.
Lessuggesties
De lesbrief met werkbladen kun je downloaden en printen via bovenstaande knop. Hieronder een omschrijving:
Standpunten
Welke onderwerpen spelen in jouw gemeente? Bekijk met je groep een eenvoudige kieswijzer, bijvoorbeeld die van Kieskompas en Steffie. Noteer de onderwerpen, bijvoorbeeld de aanleg van een woonwijk, afvalbelasting of beleid rondom statushouders. Wat vinden je cursisten belangrijk?
- Posterpresentatie: Maak subgroepjes en geef elk groepje één of meer partijen die groot zijn in jouw gemeente. Laat hen zoeken naar de belangrijkste standpunten in de verkiezingsprogramma’s en hier een korte presentatie over geven. Bijvoorbeeld met een ‘poster’ waarop de belangrijkste punten staan.
- A2+ Debat: Verdeel je groep in twee panels (voor en tegen). Het debat gaat over een actueel lokaal thema. Geef de ene groep het standpunt voor en de andere groep het standpunt tegen. Laat ze kort brainstormen: waarom zijn we voor? Waarom zijn we tegen? Welke groep overtuigt het best?
KNM
Bespreek met je groep: wie mag stemmen? Een deel van de cursisten krijgt binnen een aantal jaar kiesrecht. Dat betekent niet alleen dat zij een vakje rood mogen kleuren (actief kiesrecht / stemrecht) maar ze mogen zich ook kandidaat stellen (passief kiesrecht).
De voorwaarden zijn:
- minimale leeftijd 18 jaar
- 5 jaar of langer (legaal en onafgebroken) in Nederland wonen.
Het stemrecht geldt níet voor mensen die een verblijfstitel hebben op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming. Oekraïeners hebben daardoor geen kiesrecht.
In de KNM-boeken wordt het onderwerp stemmen behandeld in thema 7 over Politiek en de wet (KNM-Z) en Regering en wet (KNM). De gemeenteraadsverkiezingen kun je toelichten door te wijzen op de bestuursniveaus (land – provincie – gemeente).
De vraag Wat zijn gemeenteraadsverkiezingen? wordt zeer toegankelijk in eenvoudige taal uitgelegd in materiaal van Prodemos. Behandel bijvoorbeeld de verkiezingskrant in gewone taal of kijk met de klas een animatie over hoe de gemeenteraad werkt en hoe stemmen gaat.
We verwijzen graag naar hun website:
- de verkiezingskrant in gewone taal
- animaties op de speciale website Stemjijook.nl over stemmen en de gemeenteraad
- animatie Hoe werkt de gemeenteraad?
Werkbladen
Werkblad 1 - Bingo
Geschikt voor alle groepen.
Om de bingokaart vol te krijgen, kun je verschillende dingen ondernemen:
- Een wandeling door de buurt (als daar verkiezingsborden / bewegwijzering staat naar een stembureau);
- het journaal in makkelijke taal kijken, of regionaal nieuws;
- de verkiezingskrant of buurtkrant uitpluizen of animaties over gemeenteraadsverkiezingen kijken;
- zelf je oproep / informatieve post van de gemeente / stempas / geprinte kandididatenlijsten meenemen of deelnemers vragen mee te nemen wat bij hen in de bus komt.
Alternatief: Knip de illustraties uit en geef groepjes cursisten een gehusselde stapel. Kijk een verkiezingsfilmpje of journaal. Cursisten houden een plaatje omhoog als het voorkomt in het filmpje. Of laat na het kijken van het filmpje de plaatjes op de volgorde leggen waarin je de afgebeelde voorwerpen nodig hebt of tegenkomt.
Werkblad 2 - Woorden
De volgorde van deze woordenlijst gaat van burgemeester en wethouders naar het stemproces en de verschillende stappen daarin. Je kunt als aanvullende schrijfopdracht een tekst laten schrijven over de stappen. Eerst … (krijg je een brief met een stempas), dan … (kijk je welke partij bij jou past) enzovoorts.
Laat naast de illustratie en het woord aantekeningen te maken: een zin in het Nederlands, of een vertaling / toelichting in eigen taal.
Werkblad 3 - Zoek bij elkaar
Cursisten schrijven of plakken het juiste woord onder het plaatje.
Alternatief: knip zelf alle afbeeldingen en woorden uit. Een deel van de klas ontvangt een woord en een ander deel een afbeelding. Zoek elkaar. Zo kun je ook een soort domino maken. Cursisten krijgen zowel een afbeelding als een woord (die niet bij elkaar passen) en zo zoeken ze twee aansluitende cursisten, en vormen samen één of een paar cirkels.