Dé activerende methodiek voor MAP, startklas en participatie

AanZet activeert: het steekt vanaf het allereerste begin in op participatie.

De thema’s (leefgebieden) zijn gericht op bewustwording, reflectie en het zetten van de eerste stappen voor een toekomst in Nederland.

Wat levert AanZet op?

✓

Inburgeraars meteen in actiestand

✓

Duaal inburgeren

✓

Concrete input voor verdere begeleiding

✓

In te zetten voor MAP (alle routes)

✓

Stappen richting zelfredzaamheid

Wat kan AanZet voor mij betekenen en/of hoe zet ik het in?

Bel met 085 – 44 44 966 en vraag naar de AanZet productspecialist.

Wat biedt AanZet?

  • modules rondom belangrijke leefgebieden én alle MAP domeinen
  • activering en participatie vanaf het allereerste begin
  • duidelijke foto’s en opdrachten om leefgebieden te concretiseren
  • opdrachten aan te passen voor diverse taal- en opleidingsniveaus
  • uitgebreide handleiding met aanwijzingen voor activiteiten en groepsproces
  • filmpjes met inburgeraars in vier steuntalen
  • portfolio Mijn Plan: eigen stappen, netwerkcontacten en portfolio
  • activiteiten en opdrachten die het zelfvertrouwen van inburgeraars vergroten
  • aandacht voor belangrijke begrippen en zinnen

 

Hoe start je met AanZet?

  • Neem je deelnemers voor ogen en (in grote lijnen) hún toekomstperspectief en behoeften.
  • Ga na welke leefgebieden uit AanZet voor hen het meest relevant zijn en wat je wilt dat ze daar minimaal uit meenemen.
  • Download de handleidingen bij die leefgebieden (via je Kleurrijkeraccount kun je de cursuscode activeren voor toegang tot de online omgeving).
  • Bekijk de mogelijkheden in je buurt / gemeente: welke praktijkbezoeken / excursies en gastsprekers zijn haalbaar en relevant en welke volgorde werkt het best?
  • Stel je programma samen: kies de (volgorde van) de thema’s en de excursies, selecteer de opdrachten en oefeningen die passend zijn voor je groep en bepaal hoeveel tijd je eraan kunt en wilt besteden. Je kunt het programma ‘indikken’ (bijvoorbeeld in de MAP B1) of uitspreiden (bijvoorbeeld voor participatie-uren in de Z-route)

Hoe ziet een les met AanZet eruit?

Waarom AanZet?

AanZet stimuleert de motivatie en eigen regie van de inburgeraars over hun inburgeringsproces.

Het materiaal is ontworpen om direct bij de start van het inburgeringsproces in te zetten. Je kunt er dus met beginnende NT2-leerders mee werken en ook met mensen die niet of nauwelijks gealfabetiseerd zijn. In het materiaal staan veel duidelijke illustraties en de opdrachten zijn op verschillende niveaus uit te voeren (mondeling met wie niet leest, meer schriftelijk voor anderen).

Het materiaal is niet moeilijk of makkelijk, want het gaat over de eigen doelen en eigen stappen. Deelnemers hebben steun aan elkaar. B1-route kan na enige uitleg goed zelfstandig werken aan Mijn Plan.

Fragment uit thema Vrije Tijd – Arabisch

Fragment uit thema Werk – Tigrinya

Vragen over AanZet

Voor wie is AanZet bedoeld?

De doelgroep is:

  • deelnemers aan een voorinburgeringstraject of startklas (pre-PIP, PVT)
  • deelnemers in een MAP-traject (MAP)
  • deelnemers in de Z-route (Participatie-uren)

De doelgroep van AanZet bestaat uit nieuwkomers die aan het begin staan van hun inburgeringstraject of die al stappen gezet hebben maar nog niet op het gebied van MAP of participatie in het algemeen. Je kunt het inzetten vanaf taalniveau A0, voor nieuwkomers met alle soorten vooropleidingen. Werken met a(nders)alfabeten vraagt een wat andere insteek; voor handreikingen, zie Hoe pak je een traject aan met zeer laag geschoolde deelnemers?

Wat biedt AanZet?

AanZet biedt inhoud en handreikingen om een maatwerkprogramma op te stellen voor Startklas, MAP of Z-route (trajecten richting participatie en zelfredzaamheid). Voor het traject kun je kiezen uit 16 thema’s waarbij je excursies en gastsprekers organiseert.

Concreet bestaat AanZet uit:

Materiaal voor begeleiders (allemaal in de online omgeving – tegel begeleiders)

  • Per thema een printbare, uitgebreide begeleidershandleiding.
  • Aanwijzingen en materialen voor activerende werkvormen. 
  • Begeleiderskaarten: Observeren, Activeren, Alfa-cursisten en Starten met AanZet.
  • Transcripten (uitgeschreven vertalingen) van de filmpjes en audio in de steuntalen.

Materiaal voor deelnemers 

  • Werkboek AanZet met opdrachten en een portfolio-deel (Mijn Plan).
  • Filmpjes en audio in vier steuntalen (Arabisch, Dari, Engels, Tigrinya) in de online omgeving onder de tegel ‘ik’.
Wat levert AanZet op? Zijn er meetbare resultaten?

AanZet levert inburgeraars op die actief aan de slag gegaan zijn met leefgebieden en MAP-thema’s. Daarin hebben ze gewerkt aan persoonlijke doelen en hun eigen leefomgeving verkend.

Er zijn geen objectief meetbare resultaten. Het uitgangspunt (vroeg activeren) sluit echter naadloos aan bij het doel van de WI2021 om minder nieuwkomers in een uitkering terecht te laten komen. Een bewezen succesvolle aanpak bestaat (nog) niet, maar duidelijk is wel dat momenteel een groot arbeidspotentieel onbenut blijft* en dat éérst een aantal jaar inburgeren en de taal leren dus vertraging oplevert. Met AanZet geef je mensen directe ondersteuning en handvatten om de stappen te zetten die nodig zijn voor participatie. 

*Bron: Adviesraad Migratie (26 juni 2025). Arbeidspotentieel van migranten beter benutten. Geraadpleegd op 10 april 2026, van https://www.adviesraadmigratie.nl/actueel/nieuws/2025/06/26/talenten-benutten.-het-onbenutte-arbeidspotentieel-van-migranten

Wat is het doel van AanZet? Voor welke delen van de inburgering kun je AanZet inzetten?

AanZet heeft meerdere doelen die gericht zijn op het kennismaken met en bewust worden van zaken zoals die in Nederland zijn geregeld (op het gebied van onder andere wonen, geld, gezondheid) en het opbouwen van een netwerk. Daaraan gekoppeld: het (leren) nadenken over eigen behoeften en wensen voor de toekomst in Nederland. 

De methodiek is in te zetten voor de volgende onderdelen van inburgering:

  • PIP
  • PVT
  • Participatie-uren
  • MAP (zie ook: Kan ik het onderdeel MAP invullen met AanZet?)
Wanneer kan ik het beste starten met AanZet?

In het algemeen is ons advies: zo vroeg mogelijk. Het gaat om het opdoen van ervaringen en het ontdekken van eigen wensen en behoeften.  

  • In een participatietraject of startklas neem je vervolgens de tijd om de thema’s uit te werken. Juist deelnemers met weinig schoolervaring zijn gebaat bij het opdoen van ervaringen en aansluiten bij concrete voorbeelden uit de eigen leefomgeving. Dat is wat een AanZet-traject biedt. Het is aan te raden moedertaalsprekers (ex-inburgeraars) in te zetten om te ondersteunen en om de ‘theorie’ te laten volgen op de ‘praktijk’. De excursie is dan onderdeel van de introductie van het thema en in plaats van meer uitleg in een leslokaal ga je vaker op stap naar een relevante organisatie. 
  • Ook een MAP-traject kun je vroeg beginnen, idealiter verspreid over een langere periode. De eerste werk-thema’s gaan over: A. Hoe ziet werk in Nederland eruit? B. Waar is werk en wat wil ik? C. Klopt mijn beeld? Dat is heel geschikt in het begin van de inburgering, want mensen hebben tijd nodig om stappen te zetten, zoals diplomawaardering en het nadenken over haalbare doelen (van droombaan naar wensberoep). De verdere werkthema’s (D. Kan ik dit werk gaan doen? E. Hoe vind ik werk? en F. Wat vindt een werkgever in Nederland belangrijk?) en Scholing kun je later aanbieden. 
Kan ik het onderdeel MAP invullen met AanZet?

Daar kunnen we kort over zijn: ja. Alle MAP-onderdelen zijn verwerkt in AanZet. En dat geldt voor zowel de Z-route als voor de B1-route. Onderaan deze tekst zie je een overzicht hoe de domeinen van MAP verdeeld zijn over de MAP-gerelateerde thema’s in AanZet. 

Hoe ziet dat er dan uit? 

De MAP-thema’s zijn vervlochten in de methodiek en gericht op het onderzoeken van mogelijkheden in de regio en eigen wensen en behoeften. In dit stadium van de inburgering is het nog niet aan de orde om een sollicitatietraining aan te bieden of te werken aan concrete beroepscompetenties. Het doel is dat deelnemers een beeld krijgen hoe werk in Nederland eruitziet, welke mogelijkheden er zijn, waar ze hulp kunnen vinden en wat een werkgever in Nederland van een werknemer verwacht. Kort gezegd: waar en hoe vind je werk en hoe hóud je het ook? 

De MAP-domeinen zijn verwerkt in de zes werkthema’s (Werk A tot en met F) en Scholing. Beroepenoriëntatie is bijvoorbeeld verdeeld over Werk A, B en C en werkcultuur over Werk C, E en F. Een netwerk opbouwen komt in alle thema’s aan de orde, maar specifiek in Werk B en in Werk E.

Onderwerp AanZet thema
Beroepenoriëntatie Werk A: verschillende beroepen
Werk B: verschillende sectoren
Werk D: Wat heb je nodig?
Realistisch beroepsbeeld Werk A: vergelijkbaar werk in land van herkomst
Werk B: gesprekken voeren over werk
Werk C: Wat verwacht ik? Onderzoek wensberoep
Werk D: Welk werk past bij mij?
Beroepskansen Werk C: Waar is veel werk?
Werk D: kennismaking werkloket
Werk E: input van werkende ex-inburgeraars
Beroepscompetenties Werk C: Wat past bij jou?
Scholing: Jouw opleiding / diploma’s
Werk D: persoonlijke eigenschappen en vaardigheden
Werknemerscompetenties Werk B: gesprekken voeren over werk
Werk F: Wat vindt een werkgever in NL belangrijk?
Netwerk opbouwen Alle thema’s
Mensen ontmoeten: Waar ontmoet je mensen?
Werk B: netwerk in kaart
Werk B: Wie kan jou helpen? (organisaties)
Werk E: Wie kan mij helpen? (mensen)
Werkcultuur Werk C: beeld wensberoep
Werk E: gepaste kleding en houding (solliciteren en werkvloer)
Werk F: Wat vindt een werkgever belangrijk? Omgaan met collega’s.
Werk vinden Werk B: Wat wil je wel/wat niet? Wat vind je belangrijk?
Werk C: Wat wil je, wat past bij jou?
Werk D: excursie werkloket / werkgeversservicepunt + optie vrijwilligerswerk + stappen naar werk
Werk E: werk vinden in wensberoep + do’s/don’ts sollicitatiegesprek + stappen naar werk (2) knipblad
Is AanZet in te zetten in plaats van een taalmethode of in plaats van KNM(Z)?

Nee. AanZet is geen taalmethode en het behandelt niet voldoende inhoudelijk de KNM-onderwerpen. 

Je kunt AanZet wel erg goed inzetten als aanvulling op een taalmethode en aansluitend bij KNM(Z) om bepaalde onderwerpen in de praktijk te laten ervaren. De thema’s zijn vergelijkbaar concreet, zoals wonen, gezondheid, kinderen en opvoeding. Je richt dan een duaal traject in met taal / KNM en praktijk waarbij in de taallessen een thema wordt ingeleid en gelegenheid ontstaat voor authentieke taalsituaties. 

Er zijn meerdere aanbieders die AanZet gebruiken naast Praat je mee? Praat je mee is een methode voor mondelinge taalverwerving. De taallessen versterken de AanZet-bijeenkomsten. 

Taalles

Bijeenkomst met AanZet

Zinnen leren en oefenen – bijvoorbeeld om jezelf voor te stellen of vragen te stellen.

Woorden rondom een thema, woordenschat uitbreiden.

Zinnen herhalen en gebruiken in de praktijk.

Begrip verdiepen, woorden toepassen.

Wat is beter: heterogene of homogene groepen?

Voor het werken met AanZet geldt dat heterogeniteit meerwaarde heeft. Het gaat immers niet om het verwerven van kennis of het verhogen van het taalniveau, maar om het opdoen van ervaringen en het formuleren van eigen doelen. 

Eén van de peilers van de WI2021 is maatwerk: deelnemers hebben een PIP en voeren allemaal hun eigen eindgesprek. Ze vertellen daarbij wat zij persoonlijk hebben geleerd, ondernomen en nog van plan zijn. Dat is precies waar AanZet (Mijn Plan) bij aansluit. 

De begeleider biedt óók de minder spraakzame, op de voorgrond tredende deelnemers ruimte en laat deelnemers onderling ervaringen uitwisselen en indien nodig elkaar assisteren. In de begeleidershandleiding vind je aanwijzingen om een veilig klimaat te scheppen en werkvormen waarbij iedereen meedoet. 

Een tolk, sleutelpersoon of ex-inburgeraar uit de eigen cultuur mee te laten draaien in de bijeenkomsten is van grote waarde – zeker bij alfa-A deelnemers (die ook niet in eigen taal zijn gealfabetiseerd). Zij kunnen ook ondersteunen bij het invullen van het portfolio (Mijn Plan). 

Hoe ga ik om met een laag taalniveau?

De vroege inzet van AanZet vergt natuurlijk ook wat van de begeleider. De meeste deelnemers zullen in dit stadium nog niet zo taalvaardig zijn in het Nederlands. 

Hoe kun je dat oplossen? 

  • Probeer zo min mogelijk te leunen op taal. Door veel voor te doen, te ‘modellen’ en deelnemers met een gedeelde taal aan elkaar uit te laten leggen. De werkvormen die we gebruiken in de methode zijn daar juist voor bedoeld: actieve werkvormen, niet zozeer ‘zenden’ vanuit de begeleider.
  • Maak gebruik van de filmpjes met gesprekken tussen moedertaalsprekers.
  • Laat deelnemers gebruik maken van de lijst met vertaalde zinnen die beschikbaar is in Dari, Arabisch, Tigrinya en Engels of de lijst waarop ze de vertaling in hun eigen taal kunnen noteren.
  • Werk met google translate via de telefoon.
  • Als je beschikt over tolken of ex-inburgeraars: zet die in. 
  • Heb je deelnemers die een zelfde taal spreken, maak daar gebruik van bij het indelen van de groepen. De eigen taal krijgt volop de ruimte binnen AanZet.
  • Laat de bijeenkomsten begeleiden door iemand die de taal van de deelnemers spreekt als je homogene groepen kunt maken op gedeelde taal. 
  • Laat deelnemers in de groep met wat meer taalvaardigheid vertalen voor medecursisten.
  • Werk met pre-teaching, samen met de taaldocent die in voorbereidende lessen woorden en zinnen met de deelnemers doorneemt en oefent zodat hun taalvaardigheid op het betreffende domein wat vergroot wordt.
  • Werk met foto’s in de bijeenkomsten. In het werkboek zijn heel bewust veel foto’s gebruikt en in het begeleidersmateriaal in de ELO vind je allerlei printbladen met afbeeldingen.
Hoe pak ik een traject aan met zeer laag geschoolde deelnemers?

Hoewel in AanZet complexe begrippen worden gebruikt, is het materiaal op zich niet moeilijk of makkelijk. Mensen met weinig schoolervaring leren meer door doen dan van schools leren. Het doel is niet om theorie over te brengen maar om mensen eigen stappen te helpen zetten richting participatie. Dat kan ook met een beperkte taalvaardigheid. Hieronder een aantal tips:

  • Begin concreet / ‘dichtbij’, en doe het formuleren van een doel en stappen voor: geef eigen voorbeelden, bijvoorbeeld rondom vrije tijd en wonen. 
  • Het invullen van Mijn Plan en het formuleren van een doel kan ook mondeling en zonder geschreven taal (je plakt foto’s op, eventueel noteert iemand anders). 
  • Doe veel oefeningen mondeling, neem het boek niet als uitgangspunt maar als aanvulling.
  • Richt je op de belangrijkste leefgebieden en pak de A en de B thema’s bij elkaar. Ze staan in het boek uit elkaar omdat het gunstig is om tijd te hebben om stappen te kunnen zetten. 
  • Het bedenken van een doel en het invullen van de trap is géén doel op zich, het is een middel en wellicht voor sommigen een mooie bijvangst (van het hele traject). 
  • Maak kleine(re) stappen. De handleiding is uitgewerkt in 3 bijeenkomsten per leefgebied, maar je kunt veel langer stilstaan bij bijvoorbeeld gezondheid, wonen of geld, zeker als je relevante excursies kunt regelen.
  • Probeer ondersteuning in verschillende moedertalen te organiseren en besteed minder tijd aan de ‘theoretische’ introductie van een thema. Ga eventueel vaker met de groep naar buiten.
  • Kun je geen ondersteuning in de moedertaal regelen? Dan adviseren we deelnemers met weinig tot geen schoolervaring eerst meer schoolse vaardigheden en taalvaardigheid te laten ontwikkelen in een taaltraject en na 200-300 uur met AanZet te beginnen.
  • Overweeg om de AanZet-lessen te koppelen aan de taaltraining. 
Wat doe ik met cursisten die niet één van de steuntalen (Arabisch, Dari, Engels, Tigrinya) spreken?
  • Laat de filmpjes bekijken als huiswerk door degenen die dit wél kunnen volgen.
  • Of: in de les kijkt een deel van de cursisten de filmpjes, de rest neem je samen in een aparte groep. Neem met hen het onderwerp van het thema en de centrale vragen door.
    Bekijk de voorpagina van het thema in het boek. De zin bij het thema is in diverse talen vertaald. Laat met behulp van een app de zin ook in de talen van deze deelnemers vertalen.
    Bespreek vervolgens de centrale vraag van het thema. Zoals: Hoe woon jij? Wat voor werk wil je doen? Hoe blijf jij gezond?, enzovoorts. Laat ook deze vraag vertalen in de moedertalen. De centrale vraag vind je in de handleiding.
  • Bespreek de filmpjes klassikaal na aan de hand van ieder thema dezelfde kijkvragen:
    • Wat vind je interessant?
    • Wat vind je belangrijk?
    • Wat vind je een goede tip? 
Is er een online leeromgeving bij AanZet?

Er is een online omgeving in twee afdelingen (voor deelnemers en voor begeleiders). Hier staan alle hulpmiddelen. Er is geen online leeromgeving (elo) met opdrachten. Deelnemers hebben géén toegang tot de begeleidersomgeving. 

Begeleider: hier staan alle handleidingen, print- en knipbladen en vertalingen van alle video’s en audio’s in de steuntalen. 

Deelnemer: hier staan alle video’s en geluidsfragmenten en per thema een lijst met vertaalde vragen bij het thema.

Wat is het verschil tussen AanZet en TaalCompleet KNM-Z?

AanZet is bedoeld om mensen toe te rusten voor hun toekomst in Nederland. Het is een pakket aan thema’s waarmee aanbieders een training kunnen inrichten op het gebied van MAP en/of het kennismaken met relevante organisaties, bedrijven en instanties in de regio. KNM-Z is specifiek gericht op de KNM-onderdelen en de daarbij horende eindtermen (inclusief voorbereiding op het eindgesprek bij de gemeente). AanZet biedt géén leerstof, KNM-Z wel. In AanZet komen veel KNM-onderwerpen langs, voor zover die een praktische component hebben.